dec
19
2011
‘t Is rustig hier, de laatste tijd. Dat spijt me. Maar vanwege drukke tijden (kerst, winkel, verhuizing, etcetera) kom ik niet toe aan ‘t schrijven. Na de jaarwisseling hoop ik jullie weer te kunnen bedienen.
Fijne feestdagen!
3 comments
nov
29
2011

Een voorbeeld volgen, is het verleden naar de toekomst verhuizen. R.A. Cornets de Groot
‘t Was niet moeilijk om Gerard Reve te laten staan en Bernleff stond gelukkig niet in onze bibliotheek. Met slechts enkele gesigneerde stripboeken, ‘n afscheidsfreubeltje en ‘n geschrift over de geschiedenis van m’n familie, kwam ik weer beneden.
“Is dat alles?” vroeg Billy. Ik knikte. Dat was alles — meer dan genoeg.
“De rest is voor de mensen die Gerard Reve nog niet gelezen hebben.” zei ik. “Die mogen ze komen halen.” Ik keek naar de dozen in de eetkamer en daarna naar Billy.
“Wat is d’r?” vroeg ie. Waarschijnlijk had ie iets in m’n ogen gezien. Pas toen ie dat vroeg realiseerde ik me wat ie had kunnen lezen.
“We gaan nu echt verhuizen, niet?” zei ik. Billy glimlachte.
“Ja.” zeidie. “Nu gaan we echt verhuizen.”
“Zonder Reve.” zei ik zacht. “Of Bernleff.”
no comments
nov
28
2011

Steek je paraplu niet op voor het begint te regenen. Herbert Louis Samuel
Als ‘t niet had geregend, was ‘t niet gebeurd. Dat is: als ‘t niet had geregend
en ‘t meisje had niet naar buiten gewild of gemoeten
en ze had geen paraplu mee willen nemen —
dan was ‘t niet gebeurd. Maar nu aan al die voorwaarden was voldaan, gebeurde ‘t wel. En omdat ze bij ‘t opsteken van de paraplu omhoog keek. Dat ook nog.
Afijn, ‘t meisje wilde of moest naar buiten, terwijl ‘t regende en ze stak d’r paraplu op, waarbij ze omhoog keek. D’r gezicht verstarde en onmiddellijk wierp ze krijsend de regenscherm van zich af. Vrienden van d’r, die d’r bij waren, snelden naar ‘t geschrokken meisje.
“A scary spider!” wees ze.
De volle spottende hoon van d’r eigen vrienden, kort hierop, had dus net zo goed niet hoeven te gebeuren.
no comments
nov
22
2011

Om moderne dingen te kunnen doen moet je het traditionele kennen. Amanda Filipacchi
‘n Meisje danste voor ‘t vensterraam toen ik langsliep. Ze droeg ‘n roze balletpakje. D’r handen gingen omhoog, waarbij de vingertoppen mekaar net aanraakten. Tegelijk trok ze d’r rechterknie op.
Als ze me gezien had, liet ze dat niet merken. D’r blik stond serieus en leek dwars door me heen te gaan.
‘n Balletmeisje. dacht ik. En daarmee was ik ‘t vensterraam en ‘t balletmeisje alweer voorbij. En dan kwamen de gedachten.
Stel dat ik stil was blijven staan om naar de sierlijke bewegingen van dit balletmeisje te kijken en iemand had me daar zo gezien, al staand en kijkend naar ‘n jong meisje, dan had de hele situatie al snel ‘n perverse lading gekregen.
Ik rilde bij de gedachte aan ‘t gevaar dat ik zojuist was ontlopen.
Dat balletmeisjes zo gevaarlijk kunnen zijn.
2 comments
nov
21
2011

Taal is het stempel der klassendistinctie. John O’Mill
We hadden woorden, Billy en ik. Niks om je ongerust over te maken — pas wanneer d’r geen woorden zijn wordt ‘t zorgelijk.
Hij zat op de bank en trok aan z’n sigaret. Z’n houding was gebogen als ‘t gevoel dat ie ongetwijfeld moest hebben. M’n hemel, wat hield ik van ‘m! Maar nu even niet. Minder. Nou nee, niet minder: anders. Boos.
“Man, man, man.” hoofdschudde die. Hij nam nog ‘n slok van z’n koffie. Ik dacht intussen al aan ‘t goedmaken. Goedmaken is toch wel ‘t mooiste van ruzie. Stiekem verheugde ik me d’r al op. Maar eerst moesten we nog tot ‘n climax komen. Even doorbijten, dus.
“Man.” zeidie voor de vierde keer. “Wat ben jij ‘n muggenziffer!” Waarmee de hele bodem onder ‘t gekibbel werd weggeslagen. Ik aarzelde toe te slaan.
“Muggenzifter, bedoel je.” glimlachte ik.
1 comment
nov
15
2011

Een goede herder scheert zijn schapen, maar vilt ze niet. Gaius Suetonius
“M’n vader heeft me kaalgeschoren.” zei B terwijl ie z’n petje afzette. Ik zag ‘t. Enkel nog zwarte stoppeltjes bevolkten z’n hoofd.
“Wat is d’r gebeurd?” wilde ik weten. B grijnsde ongemakkelijk.
“Ik was naar de kapper geweest,” zeidie, “en kwam terug met ‘n heel vet kapsel. Je weet wel: van opzij en achteren mooi opgeschoren. Heel strak. En bovenop krullen.” Hij voelde de plek waar ze ooit gezeten hadden. “Maar toen ik thuiskwam zag m’n vader ‘t. En die was niet blij.” Ik fronste.
“Wat zeidie dan?” vroeg ik. B zette z’n petje weer op.
“Je bent ‘n Turk, zeidie, maar je lijkt zo wel ‘n Marokkaan!” B kuchte. “En toen heeft ie de tondeuse gepakt en alles afgeschoren.”
“Zonde.” zei ik. B knikte.
“Dat wel.” zeidie. “Maar ja, ik ben wel ‘n Turk.”
1 comment
nov
14
2011

Het gedicht slaapt in het alfabet
De dichter wordt wakker in het gedicht. Adonis
Ik moest even voelen of hij ‘t was. Hij was ‘t.
De eerste dichter van de voorleesavond was ‘n jongere, knappere Ramsey Nasr. Hij noodde mij ‘t toneel op, waar ie me omdraaide. Hij kwam vlak achter me te staan, met z’n lippen tegen m’n oor — bijna als ‘n kus. Ik hoorde de adem door z’n neus stromen: in, uit. Ingehouden opgewonden, dacht ik. Dan begon de dichter met z’n gedicht, fluisterend, bijna onhoorbaar. Alleen Dan zullen we altijd samenzijn, aan ‘t eind, kon ik verstaan. ‘t Publiek moest niets hebben meegekregen, dacht ik.
Dan kantelden we en lagen naakt tegen mekaar aan. Ik, gebogen in z’n armen. M’n ogen vielen langzaam dicht. Dan schrok ik op: hij was ‘t toch wel? Ik moest even voelen of hij ‘t was.
Hij was ‘t.
no comments
nov
8
2011

Als je niet uitkijkt, blijf je je je leven lang voorbereiden. Remco Campert
‘t Is net als toen, met m’n eerste wasmachine, dacht ik, zittend voor ‘t derde raam, terwijl ik naar de wandelende mensen buiten op straat keek.
We hadden die dag de sleutels van ons nieuwe appartement gekregen. En daarom zaten we allebei, die avond — ik voor ‘t derde, Billy voor ‘t eerste raam — op ‘n tuinstoel, naar de wandelende mensen op straat te kijken. En moest ik denken aan m’n eerste wasmachine. En hoe ik ‘n avond lang door ‘t ruitje naar de draaiende trommel keek. Net zoals ik nu naar de wandelende mensen buiten op straat keek.
Zou Billy dat nu ook hebben? dacht ik. Ik vroeg ‘t beter niet. Niet nu. Woorden stoorden nu. Nu moesten we enkel zitten en kijken. En soms ‘n slokje wijn.
Net als toen, dacht ik.
no comments
nov
7
2011

Het leven is het avontuur waarin je de weg kwijtraakt. Philip Roth
Koffieman giechelde, want Koffieman zat aan de port. Koffieman zit nooit aan de port: Koffieman zit aan de koffie. En aan Oestervrouw, omdat die twee mekaar na jaren om mekaar heen draaien eindelijk hadden gevonden. En Oestervrouw op d’r beurt, tenslotte, zat de dag d’rop bij ons. We hadden ‘t over Koffieman en de port. En ‘t giechelen, natuurlijk.
“Wat is Koffieman lief als ie tipsy is.” vond ik. Oestervrouw glimlachte dromerig.
“Hij is altijd lief.” zei ze. “Maar dan is ie nog liever.” Ze zuchtte bijna ongemerkt. “Hij kroop tegen me aan in bed met z’n grote armen om me heen.” Ik knikte. Ik herkende de armen. “En toen zeidie: Ik geloof dat ik nog moet roken.” zei Oestervrouw. “Dan moet je dat vooral doen, zei ik. De volgende seconde ronkte die.”
Oestervrouw giechelde.
no comments
nov
1
2011

Opstaan met de leeuwerik en naar bed gaan met het lam. Nicholas Breton
Enkele uren eerder was de klok teruggezet. We fietsten door straten die leeg waren van de mensen die
wel uitsliepen. We zeiden mekaar niks: ‘t zou de leegheid verstoren. En bovendien wisten we precies
wat we mekaar niet wilden zeggen.
D’r was ‘n feest geweest, die avond d’rvoor. We hadden uitgekeken naar dat feestje, van die avond d’rvoor. ‘t Was ‘n sprookjesfeest en de gasten zouden allemaal als sprookjesfiguren verkleed gaan. Ook wij hadden onze pakken al uitgezocht: Billy was de Gelaarsde Kat en ik zou ‘n soort verlept Roodkapje wezen. Maar ‘t was nog vroeg in de avond en we waren moe van ‘t werk.
“We kunnen best nog wel ‘n uurtje slapen, voordat we naar ‘t feest gaan.” vonden we samen.
Enkele uren later werd de klok teruggezet. Maar niet ver genoeg.
no comments