Betrapt
![]() |
|
Ik voelde me goed en stoer en vrij. Met de fiets aan de hand liep ik door ‘t laatste stukje van de winkelstraat. ‘n Groepje jongens liep voor me. Jongens die van zichzelf al goed en stoer en vrij waren. Ik zou ze wel es wat laten zien.
Ik zette m’n linkervoet op de linkertrapper. Die verticaal bleek te staan, maar die wel horizontaal zou gaan, zodra ik m’n andere been over de bagagedrager had gezwaaid. Dacht ik.
Mis.
In plaats van soepel bewondering te oogsten begon ik onhandig te manoeuvreren. De trapper wilde niet plat en de zool van m’n schoen was te glad. M’n voet gleed d’r vanaf. Met flink wat misbaar bleef ik nog net overeind. De jongens draaiden zich verbaasd om.
[Ineens was ik stukken minder goed en stoer en vrij.]
