Voorbeeldfunctie

bellenblazen

Mijn droom van het geluk is een zeep­bel die niet stuks­pringt. Luc Vanackere

t Was ‘n grijze dag — zoals de zomer tot dan toe grijs was geweest. Ik keek naar bui­ten en voelde de melan­cho­liek moei­te­loos over mijn schou­ders krui­pen. Dan rea­li­seerde ik me boven­dien dat ik vol­gend jaar ‘t Song­fes­ti­val moest mis­sen. Ik zuchtte door al die mistroostigheid.

Exis­ten­tiële vra­gen bekro­pen me. Wat was de zin van ‘t leven ook alweer? Waar­toe ploe­te­ren wij op deze nie­tige steenk­lomp in ‘t onein­dige hee­lal? En wat als alles afge­lo­pen is — wat dan?

Plots schit­ter­den regen­boogk­leu­ren door de lucht en bra­ken scherfjes zon door de straat. Ik keek ver­rast op.

Aan de over­kant van ‘t pleintje wer­den bel­len gebla­zen. Bol­letjes lucht, gevan­gen in ‘n dun laagje sop, zweef­den m’n kant op: licht en breek­baar. Nu al stond vast dat ze uitein­de­lijk uiteen zou­den spatten.

Maar tot dan schit­ter­den ze.


Leave a Reply