Op ‘n rij

supermarkt

Mijn ego vindt mij leu­ker dan vreemde men­sen. Her­man Brusselmans

De man voor ons, in de rij bij de kassa, had ‘n uit­zon­der­lijk goed humeur. Net als z’n vrouw trou­wens. Hij neu­riede alleen wat meer dan zij. En hij voerde hele ges­prek­ken: met ‘t pak corn­flakes dat ie uit ‘t kar­retje haalde en op de lopende band zette, met de kas­sa­juf­frouw en met zich­zelf. Dat deed z’n vrouw ook stuk­ken minder.

Stil es even.” zei­die op ‘n gege­ven moment — niet dat iemand wat zei: de man was ten­slotte alleen maar zelf aan ‘t woord geweest. Hij pakte ‘n foto­toes­tel uit ‘n jas­zak en kiekte ‘n vrouw, die even ver­derop in d’r rol­stoel de super­markt bin­nen­reed. En voor de zeke­rheid deed ie dat nog maar ‘n keer.

Voor m’n ver­za­me­ling!” ver­klaarde die lachend.

Onvoors­tel­baar dat iemand zoiets doet, dacht ik ter­wijl ik de situa­tie vast­legde met m’n telefoon.


Leave a Reply